Zang
Prehistorie
* Zingen is waarschijnlijk ouder dan taal.
* Mensen gebruikten hun stem om emoties te uiten, verhalen te vertellen en rituelen uit te voeren.
Oudheid
* Egypte, Mesopotamië, Griekenland en Rome
* Zang speelde een grote rol in religie, theater en poëzie.
* In het oude Griekenland werd zang gecombineerd met lier of aulos.
* Muziek werd gezien als belangrijk voor opvoeding en karakter.
Middeleeuwen (±500–1400)
* Gregoriaanse zang in de kerk:
- Éénstemmig
- Zonder instrumenten
- In het Latijn
* Later ontstond meerstemmige zang (polyfonie).
Renaissance (±1400–1600)
* Zang werd rijker en verfijnder.
* Veel koormuziek en wereldlijke liederen.
* Tekstbegrip werd belangrijker.
Barok (±1600–1750)
* Ontstaan van de opera.
* Virtuoze zangtechnieken (versieringen, coloraturen).
* Componisten: Monteverdi, Bach, Händel.
Klassiek (±1750–1820)
* Meer balans en helderheid.
* Zang was melodieus en minder overdreven dan in de barok.
* Mozart schreef beroemde opera’s en liederen.
Romantiek (±1820–1900)
* Zang draaide om emotie en expressie.
* Ontstaan van het kunstlied (bijv. Schubert).
* Grotere orkesten → krachtigere stemmen nodig.
20e eeuw tot nu
* Veel nieuwe zangstijlen:
- Jazz
- Blues
- Pop
- Rock
- Musical
* Ontwikkeling van microfoons → zachtere zangstijlen mogelijk.
* Zang wordt gebruikt in bijna alle culturen en muziekgenres.
Vandaag
* Zingen is belangrijk in muziek, religie, onderwijs en therapie.
* Zowel klassiek geschoolde zang als populaire zangtechnieken bestaan naast elkaar.